Het hoofd - Profiel
Niveau: makkelijk
Het zijaanzicht ofwel het profiel van het gezicht kan best lastig zijn om te tekenen, omdat je dit aanzicht heel weinig teken. Hieronder leest je hoe je het gezicht teken met uitgebreide uitleg wat je wel en niet kan doen. De plaatjes kunnen achteraf gebruikt worden terug ondersteuning, zodat je de lap tekst niet nog een keer hoeft te lezen.
Basislijnen
Het hoofd wordt gevormd door een ovaal en we gebruiken weer de basislijnen (zie Les: portret). De groene lijn verdeelt het ovaal in twee helften. De roze lijn laat zien waar de ogen moeten komen en de neusbrug zit. Links op het plaatje kun je zien wat waar zit.

Het gezicht
Zoals eerder is gezegd, is het hoofd niet perfect rond, maar heeft het een ovaal vorm. Hoe jonger een personage, des te ronder het ovaal wordt, maar helemaal rond wordt het nooit. Op het gezicht maak je eerst een inkeping voor de neusbrug. Let op dat de diepste plek op de roze lijn moet zitten. Trek daarna een lijn naar buiten, dit wordt de neus. Het puntje van de neus zit tussen de twee horizontale lijnen (zie Les: portret). Punt 2 op het plaatje zit op dezelfde hoogte als punt 1. De kin zit ongeveer onder het oog.

Voorhoofd
Het voorhoofd volgt niet direct de omtrek van het ovaal, deze is namelijk iets platter (zie plaatje). Bij de pijl zit de overgang voorhoofd en neusbrug. Bij vrouwen/meisjes is dit ronder dan bij mannen/jongens. Op deze hoogte beginnen ook de wenkbrauwen. Probeer dit maar bij jezelf na te gaan. En er is opeens een nek!
Achterhoofd
De ronding van het achterhoofd eindigt dicht bij de oorlel, daarna begint de nek.
http://biologiepagina.nl/Brugklasnieuw/Bewegen/Oefenenschedel/schedel2.jpg
Het oog
Met de groene lijn wordt het hoofd nog een keer in tweeën verdeeld. Het oog komt dan tussen de neusbrug en de groene lijn.

Teken het oog door eerst de grote van het oog te bepalen en daarna kan je de oogleden eraan toevoegen. Let wel dat de rode lijn door het midden van het oog gaat
Hieronder volgt een plaatje hoe je stap voor stap het oog moet plaatsen.
1. Bepaal de grootte van het oog. De roze lijn verdeelt het oog in twee helften.
2. Teken het bovenste ooglid.
3. Teken het onderste ooglid. Let wel op de schuine hulplijn.
4. Teken de rest van het oog.

Een ander manier is eerst het bovenste ooglid te tekenen en daarna de rest. Deze manier is niet aan te raden, tenzij je natuurlijk weet hoe je de rest van het moet tekenen. De grootte van het oog bepaal je onbewust al door het bovenste gedeelte van het oog te tekenen. De afstand tussen het bovenste ooglid en de rode lijn is al bepaald, want de afstand is namelijk de helft van de grootte van het oog. Je kunt hierna het oog niet veel groter of kleiner maken. Als je dat toch krijg je de volgende voorbeelden:
Bovenste ooglid te dicht bij de roze lijn
Je wilt dezelfde grootte oog tekenen als in het voorbeeld van het vorige plaatje. In het plaatje hieronder, rechts, zie je dat het oog te ver beneden is geplaatst. Het lijkt alsof het oog in de wang is getekend. Dit zou opgelost kunnen worden door de neusburg te verlagen (aka, door de roze lijn te verlagen). Bij het pijltje is het onderste ooglid juist geplaatst. Het oog wordt dus kleiner dan het voorbeeld.

Bovenste ooglid te ver bij de roze lijn
We gaan er weer vanuit dat de grootte van het oog hetzelfde blijft als in het stap-voor-stap voorbeeld. In het plaatje hieronder, rechts, zie je dat het oog te boven beneden is geplaatst. Het lijkt alsof het hoofd te klein is getekend. Bij het pijltje is het onderste ooglid juist geplaatst. Het oog wordt hierbij dus groter dan het voorbeeld.

Als je bewust van de basis bent en zijn dit geen fouten, maar mensen zullen er zeker wat van zeggen.
Oog in zijaanzicht
Hieronder zie je enkele voorbeelden hoe een oog in zijaanzicht eruit komt te zien.

Om de vorm van het oog erin te houden moet je de volgende vier punten in de gaten houden. Dit is natuurlijk alleen van belang als het oog van voren al hebt getekend. In een ander les leer je aan de hand van deze vier punten verschillende ogen te tekenen.
Hoe wordt getekend wordt in een ander les behandeld.
Neus, mond en kin
Nu gaan we de onderste deel van de het gezicht afmaken. Het rode gedeelte is uit het gezicht ‘gesneden’. Volg de pijlen op het plaatje:
1. Neus - bovenlip: Trek de lijn de lijn schuin naar binnen en buigt met een kleine flauwe bocht (nog geen 90 graden) weer naar buiten. Hoe schuiner de onderkant van de neus wordt, des te kleiner de bovenlip wordt.
2. Lippen: Trek de lijn bijna horizontaal naar binnen en buig de scherp naar beneden.
3. Onderlip - Kin: Trek de lijn in het begin iets meer horizontaal, maar buig met een flauwe bocht, bijna vertikaal, naar beneden.

TIP: Als je de onderkant van de neus hebt getekend, geef daarna aan waar de mond komen. Je dan daar vanuit gemakkelijk de andere lijnen trekken.

Door de afstand tussen de neus en kin te veranderen of de mond te verplaatst, krijg je een totaal ander personage. De afstand tussen neus en kin is in het tweede plaatje kleiner en de mond zit lager dan het eerste plaatje. Experimenteer hiermee!
Waar je altijd moet opletten is, wanneer het hoofd niet hangt, dat de kin onder het oog zit. Zie het laatste plaatje, waar de kin ver naar achteren is getekend.

Als je kinderen of schattige personages wilt tekenen raad ik je aan om geen scherpe hoeken te gaan tekenen. Rondingen maken de personages schattig en klein. Bij een gezicht van de zijkant werkt het ook goed om gewoon geen lippen te tekenen.

Leeftijd[/b]
De schattigheid en van kleine kinderen krijg je uit door de minder scherp zoals eerder gezegd. Vergelijk ze maar.



[u]Hoe begin je met tekenen?
Een slecht gewoon leer je het zo aan. Het is om moeilijk om die kwijt te raken. Om goed te beginnen raad ik je aan om niet eerst het oog te tekenen en daarna het gezicht eromheen. Je hebt gauw de neiging om het oog groot te tekenen waar door de rest van het lichaam niet op het papier past. Leer hoe je het papier moet indelen door eerste een grove schets te maken.
Nu even een plaatje van voor- en zijaanzicht met hulplijnen:

Hoe vaker je het zijaanzicht tekent des te beter je daarin wordt en de te sneller je dit aanzicht op papier kan tekenen. De opdracht voor dit onderdeel is heel simpel: Teken het zijaanzicht en laat het keuren door een docent.



